Zoek

‘Dat is toch gewoon een grap?’ Effectief reageren op vooroordelen of discriminatie onder jongeren

‘Dat is toch gewoon een grap?’ Effectief reageren op vooroordelen of discriminatie onder jongeren

Jongeren uiten soms racistische denkbeelden, schelden met het woord ‘homo’ of delen een antisemitische complottheorie. Vaak wordt het afgedaan als ‘een grapje’ of ‘een mening’, maar zulke uitspraken zijn discriminerend. Hoe ga je daarmee om als docent, jeugdzorgprofessional of jongerenwerker? Hoe zorg je ervoor dat je niet (onbewust) stereotypen bevestigt of vooroordelen laat bestaan? In dit artikel lees je vier inzichten uit de sociale wetenschappen die je direct kunt toepassen in je dagelijkse praktijk.

Discriminatie kan zwaar klinken, toch betekent het niet meer dan mensen anders behandelen vanwege niet relevante zaken als afkomst, religie, huidskleur, seksuele oriëntatie, sekse, gender of beperking. En dat komt nog vaak voor, net als vooroordelen en stereotypen die weer leiden tot discriminatie. Toch wordt dit lang niet altijd herkend of erkend.

Stel, je ziet als jongerenwerker dat een groep witte jongeren in een buurthuis vaak negatief over moslims praat. Zeg je daar dan iets van? Want deze negatieve denkbeelden kunnen leiden tot discriminerend gedrag (dossier Wat werkt bij het verminderen van discriminatie, paragraaf 1.4). De jongeren zelf zien het probleem niet: zij hebben geen vrienden die moslim zijn, en onbekend maakt nu eenmaal onbemind. Ook merken zij dat veel mensen, op school, maar ook in de Tweede Kamer en op sociale media zich negatief uiten over moslims. Deze negatieve sociale norm, dat wat mensen zien als normaal, maakt het voor hen ook ‘normaal’ om vooroordelen te uiten en te discrimineren. Hoe kun je dit voorkomen als docent, jeugdzorgprofessional of jongerenwerker?

Wat is wat? 

Stereotypen: beelden over bepaalde groepen mensen. 
Vooroordelen: negatieve houding of gevoelens tegenover een groep.
Discriminatie: onderscheid maken op basis van zaken die er niet toe doen zoals afkomst, sekse, gender, seksuele oriëntatie of beperking.  


1. Zet in op dialoog 

Om een gesprek te beginnen over discriminatie, zet je in op dialoog. Dat betekent niet dat je gaat discussiëren over de vraag of discriminatie wel of niet oké is. Discriminatie is in Nederland verboden, dat staat niet alleen in artikel 1 van de Grondwet, maar ook in het Wetboek van Strafrecht, net als bijvoorbeeld diefstal. Daarmee is het dus geen onderwerp voor debat. Toch gebeurt dit in de praktijk nog regelmatig als het over discriminatie gaat. Bijvoorbeeld tijdens burgerschapslessen of tijdens bijeenkomsten voor jongeren in buurthuizen. Jongeren krijgen dan stellingen voorgelegd zoals:

  • Het homohuwelijk moet worden verboden.
  • Er mogen geen moskeeën meer worden gebouwd.
  • Transgender zijn bestaat niet.

Zulke stellingen stellen het bestaansrecht en de gelijkwaardigheid van minderheidsgroepen ter discussie. Voorkom dit zoveel mogelijk door in gesprekken over discriminatie niet om meningen te vragen. Gaat het bijvoorbeeld over een leerling die van school moest gaan omdat zij als transgender meisje werd gepest? Dan is de vraag ‘Wat vind jij daarvan?’ niet passend, omdat deze vraag de grondrechten én veiligheid van mensen ter discussie stelt. Dat ondermijnt niet alleen de democratische rechtsstaat, maar ook de sociale norm tegen discriminatie. Sociale normen sturen sterk menselijk gedrag. Onderzoek laat zien dat als het uiten van vooroordelen als normaal wordt gepresenteerd, mensen dit ook vaker doen (Álvarez-Benjumea, 2025). Belangrijk is dus om te voorkomen dat discriminatie normaal lijkt of ‘gewoon een mening’.

Voor de mensen om wie het gaat, is zo’n debat bovendien pijnlijk en belastend. Het (moeten) luisteren naar discriminatie kan zelfs de gezondheid aantasten (KIS, 2024). Denk aan een lhbtiqa+ jongere die nog niet uit de kast is en moet luisteren naar kwetsende opmerkingen over lhbtiqa+ mensen. Of aan moslims die discussies moeten aanhoren over het ‘gevaar van moslims‘. 

Hoe dan wel? 

In plaats van een debat kun je beter een dialoog voeren over hoe we samen discriminatie kunnen aanpakken. Richt het gesprek op vragen zoals:

  • Hoe zorgen we dat iedereen in deze buurt of op deze school gelijkwaardig wordt behandeld?
  • Wat kunnen we doen zodat iedereen op school zichzelf kan zijn?

Bij zo’n dialoog staat de norm centraal dat discriminatie niet acceptabel is. Je maakt het een gezamenlijke verantwoordelijkheid om dit aan te pakken. Je kunt de gesprekken aanvullen met feiten over discriminatie en racisme. Verwijs ook naar de wet: discriminatie is verboden. Jongeren moeten ook weten dat zij discriminatie kunnen melden via Discriminatie.nl. In het artikel Hoe kun je racisme bespreekbaar maken? vind je meer tips.

2. Laat jongeren zich inleven 

Zet in op inleving in mensen die gediscrimineerd worden. Uit onderzoek blijkt dat gevoelens van inleving en empathie vooroordelen kunnen verminderen (Todd e.a., 2014). Dit kun je bijvoorbeeld doen door een film of theaterstuk te kijken waarin de ervaringen centraal staan van iemand die bijvoorbeeld transgender is of gevlucht is. Ook kun je in gesprekken gevoelens van empathie voor slachtoffers bevorderen. Denk aan vragen zoals: hoe zou het zijn voor een transgender leerling om vanwege pesten de school te moeten verlaten? In deze explainer-video op KIS.nl zie je hoe inleving in anderen vooroordelen kan verminderen.

3. Geen stereotype, wel counter-stereotype 

Vermijd spelletjes of quizzen met een ‘feit of fictie?’-karakter. Ook als het om fictieve informatie gaat, blijft deze vaak hangen. Hetzelfde geldt voor stereotypen: herhaal ze niet. Onderzoek laat zien dat het negatieve beeld juist blijft hangen (Gawronkski e.a.). Bijvoorbeeld: wil je het stereotype weerleggen dat alle Amsterdammers op bakfietsen rijden? Als je zegt: ‘Denk niet dat Amsterdammers op bakfietsen rijden’, dan roep je dat beeld juist op. Dit staat bekend als het roze olifant-effect: zeg dat je er niet aan moet denken, en precies dát gebeurt.

Het is effectiever om te communiceren wat je wél wilt overbrengen. Richt je op correcte informatie en positieve, realistische beelden, zonder het stereotype eerst te herhalen. Laat bijvoorbeeld Amsterdammers op wielrenfietsen, mountainbikes of ’omafietsen’ zien. Dit is counter-stereotypen: je laat zien wie niet aan het stereotype voldoet, zonder uit te leggen dat je het stereotype bewust weerlegt. Dat werkt beter.

4. Herhaal geen desinformatie 

Net als bij stereotypen, is het belangrijk om geen desinformatie te herhalen. Door bijvoorbeeld complottheorieën over joden en moslims of over lhbtiqa+ personen te bespreken en dus te herhalen, worden ze verder verspreid en bekend. Vertel liever kort dat deze complotten niet kloppen en benadruk hoe het wél zit. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat dit een effectieve strategie is (Lewandowsky e.a., 2012). Dat geldt nog meer voor prebunken: hiermee kun je jongeren leren herkennen wanneer informatie, en in het bijzonder complottheorieën, niet kloppen. Je maakt ze als het ware weerbaar tegen complotdenken. Lees ook de tips in de handreiking op KIS.nl om complottheorieën te verminderen.

Meer weten?

  • Wil je weten of een aanpak of interventie tegen discriminatie, vooroordelen of stereotypen ook kans maakt om echt effectief te zijn? Gebruik dan deze checklist voor antidiscriminatie-interventies van KIS.
  • Voor een overzicht van interventies kijk je in de Database antidiscriminatie-interventies op KIS.nl. Hierin staan meer dan zeventig trainingen, workshops, lespakketten en adviestrajecten van aanbieders zoals de Anne Frank Stichting, Critical Mass, Izi Solutions, Diversion, Nederland Wordt Beter en Discriminatie.nl. De interventies zijn inzetbaar op scholen, bij bedrijven, gemeenten, sportclubs, in zorg- en welzijnsinstellingen en in buurten. Alle opgenomen interventies zijn ‘in de kern’ goedgekeurd door KIS: hun verandermodel sluit aan bij de actuele wetenschappelijke kennis over discriminatie.
  • In het vernieuwde dossier Wat werkt bij het verminderen van discriminatie op KIS.nl lees je meer over mechanismen die echt effectief zijn bij het bestrijden van discriminatie. Met een overzicht van de historische context, relevante wetgeving en de belangrijkste spelers op dit terrein.

Bron: Movisie, 14 februari 2026

Cookies op deze website

Deze website maakt gebruik van cookies om goed te functioneren. Als je wilt aanpassen welke cookies we mogen gebruiken, kan je jouw cookie-instellingen wijzigen. Meer informatie is beschikbaar in onze privacyverklaring.

Cookie instellingen

Strikt noodzakelijk 8 cookies

Je ontvangt strikt noodzakelijke cookies, omdat ze nodig zijn voor het juist functioneren van deze website. Deze cookies kun je niet uitschakelen.
Naam Leverancier Omschrijving Bewaartijd

Voorkeuren 0 cookies

Deze website slaat jouw voorkeuren op zodat deze bij een volgend bezoek kunnen worden toegepast.

Geen cookies gevonden

Analyse 4 cookies

Deze website analyseert het gebruik ervan, zodat we functionaliteit daarop kunnen aanpassen en verbeteren. De gegevens zijn anoniem.
Naam Leverancier Omschrijving Bewaartijd

Tracking 1 cookies

Deze website analyseert je bezoek om de inhoud beter op jouw behoeften af te stemmen.
Naam Leverancier Omschrijving Bewaartijd

Extern 0 cookies

Deze website maakt gebruik van externe functionaliteit, zoals Social Media deelmogelijkheden.

Geen cookies gevonden