Opinie: Wie heeft de regie? - Marcel van Oss
Over anonieme meldingen van buitenaf en het dilemma van de vertrouwenspersoon.

Soms komt een beschuldiging niet via de bekende route.
Geen student.
Geen medewerker.
Maar iemand van buitenaf.
Daar begon het te schuiven.
Noah voelde het meteen: dit is groot. Dit is urgent. Dit vraagt om zorg. Ergens in hem ging er een knop om: als wij dit nu niet oppakken, wie dan wel?
De reddersreflex.
Noah werkt als vertrouwenspersoon op een universiteit. Hij mailde me: “Marcel, ik zit met een casus waar ik met mijn collega’s niet uitkom.”
Een jonge vrouw had hem gebeld. Elma. Zij is niet verbonden aan de universiteit, maar ze vertelde dat ze seksueel is uitgebuit en gechanteerd door een student van de universiteit. De politie zou op de hoogte zijn, maar - zo zei Elma - er gebeurt nog niets. Slachtofferhulp had met haar meegedacht. En gaf haar het advies: “Geef dit signaal óók door bij de universiteit.”
Elma was namelijk bang dat andere jonge vrouwen hetzelfde zou kunnen overkomen.
Noah en zijn collega’s deden wat veel vertrouwenspersonen in zo’n moment doen: ze gingen intern ‘scannen’.
Zijn er eerdere meldingen? Is deze student al vaker genoemd?
Niets.
En dan komt de onvermijdelijke vraag: wat zijn onze scenario’s?
- Niets doen.
- De veiligheidscoördinator informeren.
- Naar de directeur.
Alles voelde ongemakkelijk.
Reflex
Toen ik Noah belde, hoorde ik het meteen. Hij voelde twijfels en ook druk.
“Ze klonk zó bezorgd,” zei hij. “En eerlijk gezegd… dat ben ik ook.”
Ik vroeg hem: “Hoe begon het gesprek?”
Had hij uitgelegd wat de rol van de vertrouwenspersoon is?
Had hij ‘de kop’ van het opvanggesprek gedaan? Verwachtingsmanagement?
Er viel een stilte.
“Eigenlijk niet,” zei Noah. “We gingen meteen het verhaal in.”
De ‘kop van het gesprek’ was overgeslagen. Dat hoor ik vaker.
En dat gebeurt sneller dan je denkt. Het is je reflex. Je zit in een telefoongesprek, iemand is geëmotioneerd, jij wil er zijn, jij wil de melder serieus nemen. En voor je het weet ben je twintig minuten verder en heb je nog niets gezegd over je rol, je mandaat, je grenzen.
Het gevolg? Elma denkt nu dat Noah als vertrouwenspersoon de regie gaat nemen. Dat hij het “wel even” binnen de universiteit zou gaat oppakken en doorzetten.
Maar is dat wat je doet?
Natuurlijk moet je zo’n melding serieus nemen. Je moet luisteren. Ruimte geven. Erkennen hoe heftig dit is. Zeker als iemand belt vanuit de angst: “als ik niets doe, komt er straks een volgend slachtoffer.”
En ja, die reflex is menselijk:
Je wilt ingrijpen.
Je wilt beschermen.
Je wilt voorkomen.
Op dat kruispunt moet je als vertrouwenspersoon jezelf een paar lastige vragen durven stellen:
Trend?
Is een telefonische melding voldoende om over te stappen naar je signalerende rol?
Is er sprake van een trend, of van één ernstige beschuldiging?
En wat doet deze beschuldiging met degene over wie het gaat?
Want laten we eerlijk zijn: dit kan iemands leven in één klap op zijn kop zetten. Een student, met colleges, stage, toekomst. En een verdenking die rondzingt, zonder dat er een zorgvuldig proces is gestart.
Toen ik Noah vroeg wat er precies was gebeurd tussen Elma en de student - laten we hem Boy noemen - bleef hij vaag.
Hij had niet doorgevraagd.
“Het voelde ongemakkelijk,” zei hij. “Zo privé… en seksueel… en zij was kwetsbaar.”
Natuurlijk snap ik dat.
Maar juist bij zware beschuldigingen is zorgvuldig doorvragen essentieel. Niet om aan waarheidsvinding te doen. Wel om te kunnen duiden wat er aan de hand is en wat dat betekent voor mogelijke vervolgstappen. Zowel voor je opvangrol als voor je signalerende rol heb je die duiding nodig.
Ik merkte dat bij mij de vragen zich opstapelden, bijna als een checklist die zich vanzelf aandient:
“Waarom doet de politie nog niets?
Wat heeft de politie tegen haar gezegd?
Is er bewijsmateriaal, zijn er berichten, screenshots, dreigingen?”
Noah wist het niet.
Het gesprek was vooral blijven hangen in zorgen en opvolging.
Begrijpelijk. Maar onvoldoende om nu grote stappen te zetten.
Bel haar
Ik zei tegen Noah:
“Bel haar terug. En begin dit keer wél met de kop. Leg uit wat jouw rol is. Wat je wel kunt betekenen en wat niet. Hoe vertrouwelijkheid werkt. En wat jij nodig hebt om zorgvuldig te kunnen handelen.”
Nodig haar uit voor een gesprek. Niet omdat je haar ‘moet zien’, maar omdat je recht wilt doen aan haar verhaal én aan de impact van een beschuldiging op een ander. Geef ruimte aan emoties, maar vraag ook door op de feiten. Niet om onderzoek te doen, wel om te kunnen duiden wat hier eigenlijk speelt.
En stel daarna pas de kernvraag: Wat wil jij bereiken?
Als haar doel is om te voorkomen dat dit anderen overkomt, kun je samen de mogelijkheden verkennen.
Er zijn opties die passen binnen je rol. Bijvoorbeeld een gesprek met de directeur waarin Elma zelf haar verhaal deelt, eventueel met de vertrouwenspersoon ter ondersteuning. Dan blijft de regie bij haar. En de verantwoordelijkheid bij de organisatie.
Alles loopt anders
Noah probeert haar meerdere keren te bellen.
Zij probeert hem ook nog terug te bellen.
Het komt niet tot een gesprek.
Dat voelt al veelzeggend.
Dan komt er een sms.
Ze ziet af van verdere contacten. Ze kiest ervoor om te werken aan haar eigen herstel.
De school weet het nu. “Het is aan jullie.”
En wat is dan nog jouw rol als vertrouwenspersoon?
Noah besluit niets verder te doen met deze casus.
Hij onthoudt de naam. Hij blijft alert. Maar hij zet geen stappen.
Dat is professioneel juist. De regie ligt bij de melder.
Maar toch bleef het bij mij knagen.
Wat als dit wél klopt?
Wat als er meer speelt?
Wat als je hier een kans laat liggen om preventief te handelen?
Dat zijn reële vragen.
Tegelijk weet je: een vertrouwenspersoon is geen rechercheur en geen directeur.
Je kunt pas signaleren als er meer is dan één anonieme melding.
Je kunt pas adviseren als je voldoende basis hebt.
En in deze casus ontbreekt die basis.
De kop en de staart
Noah schreef me later:
“Dank dat je me terugbracht naar de kop van het gesprek. Die les neem ik mee.”
Dat raakt zeker ook een kern. Want als je de kop overslaat, ontstaat er gemakkelijk een verwachting die je niet kunt waarmaken. Dan denkt iemand dat jij het wel gaat regelen. En voel jij misschien die druk ook extra. Terug naar de kop betekent: je rol expliciet maken, je mandaat begrenzen en de regie terugleggen waar die hoort: bij de melder. Dat klinkt eenvoudig, maar dat is het vaak niet.
Marcel van Oss
| Opiniestukken zijn ingezonden bijdragen, geschreven op persoonlijke titel. Opinie valt niet onder redactie van de nieuwsbrief en de LVV is niet verantwoordelijk voor de inhoud. Commerciële verwijzingen zijn niet toegestaan en worden verwijderd. Wilt u reageren of een opiniestuk aanleveren? Stuur dan een email naar info@lvv.nl |
Deel dit bericht