Opinie: Vertrouwelijkheid vervalt niet bij elk strafbaar feit - Marcel van Oss
Mag een vertrouwenspersoon de vertrouwelijkheid doorbreken zodra er sprake is van een strafbaar feit? In de praktijk blijkt dit een hardnekkig misverstand. Juist omdat veel meldingen juridisch strafbaar gedrag kunnen raken, is het belangrijk om dit onderscheid helder te houden. In deze opinie zetten we dat misverstand recht.

Een hardnekkig misverstand in het vertrouwenswerk
In een bijdrage in de nieuwsbrief van de LVV beschrijft Renate Tetteroo hoe zij in de kop van het gesprek tegen een melder zegt:
“Alles wat je met mij deelt is vertrouwelijk. Tenzij het gaat om strafbare zaken... volledige vertrouwelijkheid kan ik dan niet vasthouden.”
Vervolgens schrijft zij dat er bij haar een stemmetje opkomt dat zegt:
“Strafbare zaken? Wat is dat voor geklets.”
Het stemmetje van Renate raakt een cruciaal punt. Het heeft gelijk.
Want exact op dit punt bestaat in ons vakgebied een hardnekkig misverstand: dat vertrouwelijkheid als vertrouwenspersoon vervalt zodra er sprake is van een strafbaar feit.Ik weet niet waar dit idee vandaan komt, maar het klopt niet.
Als vertrouwenspersoon doorbreek je vertrouwelijkheid niet simpelweg omdat er sprake is van een strafbaar feit.
Alleen in uitzonderlijke situaties kan een vertrouwenspersoon besluiten de vertrouwelijkheid te doorbreken. Bijvoorbeeld wanneer er sprake is van zware strafbare feiten of wanneer een vertrouwenspersoon in ernstige gewetensnood komt. Daarbij is het belangrijk te beseffen dat je de vertrouwelijkheid ook niet bij de eerste de beste gewetensnood kunt doorbreken. Ook daarmee zou je het fundament van het vertrouwenswerk aantasten. Alleen wanneer belangen zo zwaar botsen dat zwijgen niet langer verantwoord is, kan het doorbreken van vertrouwelijkheid aan de orde komen en ook dan pas na een zorgvuldige afweging en na raadpleging van derden.
Het is dus nadrukkelijk niet zo dat vertrouwelijkheid vervalt zodra een melding mogelijk strafbaar gedrag betreft. Veel meldingen die vertrouwenspersonen horen – denk aan discriminatie, intimidatie, seksuele grensoverschrijding of diefstal – kunnen juridisch strafbaar zijn. Dat betekent echter absoluut niet dat een vertrouwenspersoon de vertrouwelijkheid moet loslaten.
Het gezamenlijke visiedocument van de LVV en het Huis voor Klokkenluiders ‘Vertrouwelijk, tenzij…’ maakt dit helder: vertrouwelijkheid vormt het fundament van het vertrouwenswerk en kan alleen in uitzonderlijke situaties worden doorbroken, bijvoorbeeld bij wettelijke verplichtingen of wanneer een vertrouwenspersoon in ernstige gewetensnood raakt.
Het visiedocument benoemt daarbij ook enkele concrete situaties waarin vertrouwelijkheid onder druk kan komen te staan. Denk aan de aangifteplicht bij zeer ernstige misdrijven (artikel 160 Wetboek van Strafvordering), de aanvullende aangifteplicht voor ambtenaren (artikel 162 Sv) of specifieke afspraken die een organisatie vooraf heeft vastgelegd over het delen van bepaalde informatie. Maar juist omdat deze situaties uitzonderlijk zijn, blijft het uitgangspunt overeind: vertrouwelijkheid is het fundament van het vertrouwenswerk.
Daarom is het belangrijk dat we in de kop van het gesprek zorgvuldig formuleren wat vertrouwelijkheid betekent en wanneer deze eventueel onder druk kan komen te staan.
Vertrouwelijkheid vervalt niet bij elk strafbaar feit.
Laten we onze stem gebruiken om dit misverstand samen rechtzetten.
Ons vak vraagt niets minder.
Lees hier eventueel de bijdrage van Renate Tetteroo in de vorige nieuwsbrief van de LVV.
Marcel van Oss
| Opiniestukken zijn ingezonden bijdragen, geschreven op persoonlijke titel. Opinie valt niet onder redactie van de nieuwsbrief en de LVV is niet verantwoordelijk voor de inhoud. Commerciële verwijzingen zijn niet toegestaan en worden verwijderd. Wilt u reageren of een opiniestuk aanleveren? Stuur dan een email naar info@lvv.nl |
Deel dit bericht