Opinie: Wanneer is het te veel voor de vertrouwenspersoon?
Van een vertrouwenspersoon wordt nogal wat gevraagd. Luisteren zonder over te nemen. Naast een melder staan en tegelijkertijd de eigen professionele grenzen bewaken. Vertrouwelijkheid beschermen, patronen herkennen, signaleren en waar nodig de organisatie informeren. Nabij genoeg zijn om werkelijk te horen wat iemand vertelt en voldoende afstand houden om de eigen rol zuiver te houden. Dat hoort bij het vak.

Maar hoe kan een vertrouwenspersoon dat werk zo goed mogelijk blijven doen? En misschien nog belangrijker: wat heeft een vertrouwenspersoon daarvoor nodig wanneer de omstandigheden minder ideaal zijn?
Want het werk vindt niet plaats in een vacuüm.
Soms is er voldoende tijd, een duidelijke positie en een organisatie die signalen serieus neemt. Soms is er druk. Soms ontbreekt aandacht. Soms worden signalen wel gehoord, maar gebeurt er vervolgens weinig mee. Rollen kunnen onduidelijk zijn, belangen kunnen botsen en de vertrouwenspersoon kan tegen krachten aanlopen waarop hij of zij zelf maar beperkt invloed heeft.
En dan ontstaat voor mij een vraag waar we naar mijn idee meer aandacht voor mogen hebben:
Wat doet dat met de vertrouwenspersoon zelf?
Niet ieder lastig gesprek of iedere tegenkracht is direct een probleem. Het hoort ook bij professioneel functioneren dat je kunt omgaan met weerstand, teleurstelling en situaties waarin niet gebeurt wat jij misschien zou wensen.
Maar wanneer wordt het te veel?
Wanneer merk je dat omstandigheden invloed beginnen te krijgen op hoe jij je vak uitoefent?
Misschien ga je langer nadenken voordat je een signaal afgeeft. Misschien formuleer je voorzichtiger omdat eerdere signalen weerstand opriepen. Misschien ga je juist harder trekken omdat je vindt dat er iets moet gebeuren. Misschien neem je ongemerkt verantwoordelijkheid over die eigenlijk bij de organisatie ligt. Of merk je dat verhalen van melders langer bij je blijven dan je gewend bent.
Dat zijn voor mij geen tekenen dat iemand zijn vak niet beheerst. Ze roepen een andere professionele vraag op:
Hoe herken je bij jezelf dat druk, tegenkracht of een gebrek aan aandacht invloed begint te krijgen op je handelen?
Daar begint wat mij betreft professionele zelfzorg, maar daar eindigt het niet.
Want alleen constateren dat iets je raakt, helpt nog niet om je professionele positie terug te vinden. Daarmee komen voor mij een aantal vragen bij elkaar die we misschien vaker aan vertrouwenspersonen zouden mogen stellen om hier goed door heen te komen:
- Wat heb jij nodig om je werk goed te doen?
- Wat heb je nodig wanneer je tegenkracht ervaart?
- Hoe merk je dat die tegenkracht iets met jou begint te doen?
- Wat verandert er dan in jouw professionele handelen?
- En wat helpt je om weer terug te komen bij je rol?
Die vragen gaan niet alleen over organisaties en ook niet alleen over persoonlijke veerkracht. Ze gaan over het gebied daartussen: de professional die zijn of haar vak moet blijven uitoefenen binnen een werkelijkheid die niet altijd meewerkt. Juist daar ben ik nieuwsgierig naar.
Want we kunnen veel vastleggen over taken, rollen, grenzen en verantwoordelijkheden. Maar uiteindelijk moet een vertrouwenspersoon die kennis in de praktijk kunnen blijven toepassen — ook wanneer er druk ontstaat, aandacht ontbreekt of tegenkrachten voelbaar worden.
Wellicht begint verdere professionalisering daarom niet alleen bij de vraag “weet ik wat ik moet doen?”
Maar ook bij: “Wat heb ik nodig om te kunnen blijven doen wat ik weet dat mijn rol van mij vraagt?”
|
Opiniestukken zijn ingezonden bijdragen, geschreven op persoonlijke titel. Opinie valt niet onder redactie van de nieuwsbrief en de LVV is niet verantwoordelijk voor de inhoud. Commerciële verwijzingen zijn niet toegestaan en worden verwijderd. |
Deel dit bericht